Ik moet naar het park. Niet omdat ik er zo nodig heen wil, maar omdat ik er niet weg kan blijven.
Ik woon aan het park; het is mijn voortuin.
Zodra de ruit van mijn voordeur in zijn sponning begint te dreunen, laat ik de boel de boel en duik onder in de massa. En ik zie wel.

Eén keer heb ik ’t geprobeerd. Stoïcijns doorwerken, gewoon met het raam open. Maar toen de eerste blues riffjes van het hoofdpodium binnen daverden, was ik er abrupt klaar mee. Laptop dicht en wegwezen.

Toch is het niet per se de muziek waar ik voor kom. Van de circa dertig keer dat ik erbij was, herinner ik me verbazend weinig acts. Ik onthoud meer de gekke momenten.

Bijvoorbeeld toen, pakweg vijftien jaar geleden, de zanger van de Britse band The Hoax met zijn arm in het gips over het podium raasde. En gewoon, met een waar hekwerk van bouten en pennen dwars door zijn ellepijp, de meute al zwaaiend in extase bracht.
Dát blijft me bij.

Of dat moment dat Benjamin Herman met zijn New Cool Collective de spiegeltent in lichter laaie zette. Totdat de storm uitbrak. En Robert Bouten ons – geheel terecht – zowel de tent als het park uitjoeg.

Of die keer waarop de al dementerende Ramses Shaffy nog niets van zijn charisma verloren had. Maar wel zijn tekst kwijt was.
’t Deerde hem niet. Hij genoot. Ietwat afwezig weliswaar, maar met volle blijmoedige overgave. En ik knipperde stiekem een opgewelde traan weg.

Ramses Shaffy_Brendan van den Beuken

Ramses Shaffy (Zomerparkfeest 2006)

Van dat soort momenten dus.
Maar qua optredens zélf, blijk ik kort van memorie. Het is meer ‘t gevoel dat ik me herinner. De gemoedstoestand van het geheel. Want het parkfeest is meer dan de som der delen.

Het is mijn gewaarwording van eenheid. Van ongedwongen vrijheid en vredige saamhorigheid. Er lijkt een totaal bewustzijn te heersen. In volkomen harmonie.
Stel je voor. Vier dagen, maal 20.000 mensen, op één kluit. Zonder een enkele wanklank.

Jonge moeders zogen hun baby’s.
Adolescenten in laaghangende broeken vergeten zich stoer te gedragen.
Kleuters blazen bellen naast zwaar behaarde, in leer getooide Harley-rijders.

Ieder ander is hetzelfde. En iedereen is kleurenblind. En elke smaak wordt smaakvol bevonden. Alles kan, alles mag.
Van smartlappen tot streetpunk, van barok tot free jazz.
Van de zoetgevooisde Bonnie Kom Je Buiten Spelen tot en met de vette anarchistische dissonanten van de Ploctones.
Wat een bevrijdende bak herrie.

Het park is een warme slaapzak. Een fluwelen verslaving. Een zalige roze roes waarin je je kunt wentelen. Tot aan het bal der laatste bonnen.

Dit cultuurbad blijft verfrissen.
Ik duik er middenin.
Ik houd mijn geest vrij en laat me biologeren en overdonderen. Verbazen, betoveren, ontroeren en meenemen.

Joni Mitchell wist het in ‘69 al, toen ze over Woodstock zong:

“We are stardust
We are golden

And we’ve got to get ourselves
Back to the garden”

We móéten naar het park.
Altijd weer.

Fotografie © Brendan van den Beuken

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Aad Lips (1952) werkt als zelfstandig senior copywriter, conceptmaker, campagneontwikkelaar, communicatieadviseur en speech- & ghostwriter voornamelijk voor reclame- c.q. communicatiebureaus en daarnaast voor nog een aantal rechtstreekse klanten. Ook is hij professioneel fotograaf.

Reageren

Yep, ook Krag.nu maakt gebruik van cookies! UITLEG

Alle websites maken gebruik van cookies, Krag.nu dus ook! Het zijn kleine bestandjes die op je computer geplaatst worden en ervoor zorgen dat de website goed werkt. Bovendien helpen ze om Krag.nu te kunnen verbeteren.

Er worden geen privégegevens verzameld!

Deze cookiemelding is verplicht omdat er op Krag.nu filmpjes te zien zijn die op YouTube staan. Daardoor ontvang je mogelijk ook cookies van die website. Wil je dit niet? Pas dan daar je instellingen aan.

Sluiten