Tijdens je reis naar volwassenheid krijg je er bijna dagelijks mee te maken: leraren, leraren en nog eens leraren. Je hebt ze in alle soorten en maten. Groot, klein, dik, dun, jong, oud, dictators en softies. Zoals altijd blijven de grootste mafkezen je vaak een leven lang bij. Zo ook bij mij.

Mijn middelbareschooltijd (grotendeels op college Den Hulster) was geen parade van (school)voorbeelden, grootse, bevlogen types die je meenamen in hun ongebreidelde passie voor hun vak. De echte wereldverbeteraars kwamen pas later, op de universiteit, in het werkveld, op straat – of uit het geluid van mijn cd-speler. Maar wat me wel is bijgebleven is het enorme arbeidsethos van deze mensen die, dag in, dag uit, voor een klas met tieners staan.

Natuurlijk heb je als opstandige puber zelf niet in de gaten hoe knap dat eigenlijk is. Je zit met je gedachten bij de pauze, of bij wat je na school gaat doen. Chillen met je vrienden, voetballen op het plein. Onderuitgezakt in je stoel kijk je naar de klok, waar minuten uren lijken te duren. Tik-tak, tik-tak…

Ja, school was een tredmolen waar je doorheen moest. Gelukkig is het allemaal nog wel goed gekomen. Mede dankzij mijn moeder, die me meer dan eens op de been hield met de hoopvolle woorden ‘Het is een investering voor later’.

‘Later’… Wat leek dat toen ver weg. Maar ze heeft gelijk gekregen.

In de bovenbouw werd mijn interesse gewekt voor filosofie, politiek, literatuur en de kunst- en cultuurvakken. Mijn pientere leraar Nederlands vertelde over de interpretatie van Karel ende Elegast, en mijn warrige, maar megavriendelijke filosofieleraar liet me essays schrijven met titels als ‘Wat is de werkelijkheid?’ en ‘Wie ben ik?’ Nu, tien jaar later, weet ik daar het antwoord nog steeds niet op, maar misschien raakt dat ook wel de kern van het antwoord. Voor zulke inzichten, en mijn nooit aflatende nieuwsgierigheid, ben ik mijn leraren eeuwig dankbaar.

Heb ik dan geen sappige anekdotes? Jawel hoor.

Ik had ooit een knotsgekke scheikundeleraar die, om aan te geven hoe moleculen zich ‘gedragen’, als een dolle door het lokaal begon te rennen en te springen. Dat beeld vergeet je dus nooit meer. Ook had ik een leraar Frans die – vraag me niet waarom – met enige regelmaat zijn eigen geboorte naspeelde. Hoe hij dat deed? Nou, met een roodaangelopen kop en tranen van het lachen.

En, om niet te vergeten: met mijn leraar Biologie crosste ik het land door op weg naar wedstrijden van onze favoriete voetbalclub. Dan hingen we in het stadion samen aan het hek – of erover – en dronken we in de supportershome gebroederlijk een pilsje (of twee). Als er die avond wat gênants gebeurde (en geloof me: er gebeurde op zo’n avond heel wat gênants), kreeg de rest van de klas dat de maandag erop in alle geuren en kleuren te horen. Ik zal jullie de details besparen.

Het geheugen is als een hond die gaat liggen waar hij wil. Zo ook onze herinneringen aan onze leraren.

Dit was een glimp van die van mij. Waar ligt die van jou?

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Sven Poels (1988) is journalist en tekstschrijver. Hij studeerde af in de Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht en werkt als freelance verslaggever voor Dagblad De Limburger. Daarnaast publiceert hij geregeld voor Peel & Maas en Asbestslachtoffers Vereniging Nederland. Zijn specialisaties zijn sport, cultuur, politiek en maatschappelijke thema's.

Reageren

Yep, ook Krag.nu maakt gebruik van cookies! UITLEG

Alle websites maken gebruik van cookies, Krag.nu dus ook! Het zijn kleine bestandjes die op je computer geplaatst worden en ervoor zorgen dat de website goed werkt. Bovendien helpen ze om Krag.nu te kunnen verbeteren.

Er worden geen privégegevens verzameld!

Deze cookiemelding is verplicht omdat er op Krag.nu filmpjes te zien zijn die op YouTube staan. Daardoor ontvang je mogelijk ook cookies van die website. Wil je dit niet? Pas dan daar je instellingen aan.

Sluiten