Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
 

Het was bloedheet in Studio 1, de balletzaal van dansgezelschap Introdans uit Arnhem. Zweet liep in dunne straaltjes langs mijn ruggengraat, en ik was opgelucht toen de choreograaf zei: ‘Pauze, twee minuten om water te drinken.’ In gedachten verzonken liep ik naar de kantine, waar Kind Drie haar huiswerk aan het maken was. ‘Hoe is het?’, vroeg ze. ‘Heftig’, was mijn antwoord. ‘Welk stuk van de auditie ben je?’ ‘Dans’, zei ik. Meer woorden waren er even niet.

We deden auditie voor de dans/theaterproductie Evacué van Toneelgroep Oostpool en Introdans: een stuk waarbij de evacuatie van de stad Arnhem in 1944 inspiratie was geweest om er een voorstelling van te maken. Kind Drie had vanochtend auditie gedaan, voor de categorie jongeren. Nu was ik aan de beurt. Zaterdagmiddag 15 juni 2019.

Ik zat dus middenin de dansauditie. Opdracht van choreograaf Adriaan: ‘Beeld uit in bewegingen wat evacuatie met je doet. Het horen van de boodschap (wegwezen, nu!), het verzamelen van wat dierbaar is (wat is werkelijk belangrijk in mijn leven?) en het achterlaten van de rest (welke rest?), zet je neer in een dans die alles samenvoegt.’

Mijn toegewezen partner voor dit deel van de auditie was een man met lange grijze haren, markante ogen. ‘Ik ben acteur, ik kan niet dansen’, was zijn openingszin. ‘Maakt niet uit’, zei ik, en trok hem in één beweging naar me toe. We keken elkaar diep in de ogen en alles was gezegd. Onze dans vormde zich in de tien minuten die we hadden om ons voor te bereiden. 

Tijdens de presentaties van de andere auditanten fluisterde mijn wederhelft in mijn oor: ’Ik weet écht niet meer wanneer ik de overgang moet maken naar het volgende deel.’ Ik fluisterde terug: ‘Ik knijp wel in je hand.’ En toen waren we aan de beurt.

Licht, glashelder gefilterd, sprankelde door de ramen. Hij en ik waren Wij. Dichtbij, los van elkaar, ver weg en toch samen. In de drie dansbewegingen maakten we alles door, en ik stierf in zijn armen, balancerend op de punten van mijn tenen. Ik haalde alle kracht die ik in me had tevoorschijn om zo te blijven zitten. Het was doodstil in de zaal, en toen hoorde ik een snik. Mijn danspartner huilde. ‘Mooi’, zei de choreograaf.

We bleven verzonken in elkaars armen, voor een tel die ontstellend lang duurde en keken daarna naar de anderen. Wat het resultaat ook zou worden: we hadden historie geschreven. Geen geschiedenis die in de boeken zal belanden als wapenfeit, maar simpelweg een memorabel moment in de eeuwigheid dat nooit, maar dan ook nooit verloren zal gaan. 

Kind Drie en ik vielen in slaap op weg naar huis.

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Luca van Wersch (1967) is niet onder één noemer te vangen. In 1992 kwam ze in Venlo terecht om films te maken. Ze gaf kookles, maakte danschoreografieën en schreef het boek 'Duizend Lijntjes in mijn hoofd', waarin ze fotografie en tekst op een poëtische manier verpakt. In 2008 werd er een tumor in haar hoofd ontdekt. Over alle ervaringen rondom ziek zijn schreef ze blogs voor Media Groep Limburg.

1 reactie

Reageren