Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
 

‘Dat is een mooi nummer’, zegt collega R, zich bevindend in de bijrijdersstoel en dus automatisch gekroond tot DJ. ‘Maar het is wel een wijvennummer.’

De eerste snaren klinken, mijn lichaam bezwijkt bijna onder een overdosis kippenvel. Onverklaarbaar, het nummer nog niet herkennend. Ik, zelfverzekerd achter het stuur van de veel te luxe auto van collega R, breek. De zon probeert welterusten te zeggen van achter de Noord-Franse licht glooiende heuvels. Ik kus de zon welterusten terug en plaats de zonneklep tussen ons beide. ‘Slaap zacht’, fluister ik zonder dat collega R, die gulzig een te dure bus tankstation-Pringles verorbert, het hoort. Ik zie titel en artiest verschijnen op de display.

Dat ik je mis – Maaike Ouboter

Ik rem, bevries, sta stil. De bolide zweeft moeiteloos verder over het Franse asfalt. Collega R stopt met kauwen en vraagt: ‘Doorspoelen?’
‘Ja, doe maar. Dit nummer draaiden ze op de begrafenis van mijn vader.’
‘Sorry.’
‘Maakt niets, kon je niet weten.’

Collega R voegt de daad bij het woord en spoelt door. Een ander, nietszeggend en inhoudsloos nummer volgt en de confrontatie is verdwenen. Vervolgens brullen en rappen we beiden mee met klassieke rocknummers en Nederhop uit de zeroes. 

Plots staakt mijn stem; mijn gedachten spreken. 

Waarom sloeg je dat nummer over, verwijt ik mezelf. Ik probeer weer mee te brullen met collega R, die op dat moment zijn innerlijke rockstar de vrije ruimte geeft. Zelden keek een voorbijgaande Fransoos zo vervreemd. Maar mijn gedachten blijven terugkomen. Tot de playlist op shuffle toevallig besluit weer Dat ik je mis te draaien. Collega R, bijgekomen van zijn performance, stokt, verontschuldigt zich opnieuw en grijpt naar de knoppen. 

Mijn hart luistert naar mijn gedachten en neemt het besturingssysteem over. ‘Nee’, verbied ik mijn bijrijder. ‘Laat staan.’
Collega R kijkt terecht verbaasd.
‘Het is niet erg om te voelen’, overtuigt mijn hart ons beiden. 

Ik luister de volle 4 minuten en 16 seconden naar het zieldoorborende nummer, destijds uitgekozen door een van mijn topzussen. In mijn hoofd speelt een film. Een traan. Een lach. Een omhelzing. Liefde. Leed. Familie. Vrienden. Pijn en vreugde. Emotie. Vrijheid.

De laatste tonen vullen de ruimte en een traan verlaat mijn oogkas. Een traan voor pap. Een traan met trots. Met liefde, leed en vreugde. Een traan voor pap. 

Ik keer mentaal terug naar de A1 die ons richting Parijs voert. De zon is inmiddels gaan slapen. Ik lach naar boven en fluister opnieuw welterusten. Collega R verwelkomt mijn wederkeer en deejayt vrolijk verder met begeleidend gebrul. Een lachsalvo verlaat mijn mond, met daarmee ook de angst. De angst om te voelen.

Het is namelijk niet erg om te voelen.

Het is niet erg dat ik je mis. 

Pap, wao desse noow auk meugs zien: geneet d’r van, dink aan thoés en doot ze de bôks aan. Ik mis dich.

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Richard Janssen (1989) is tientalig foodie, docent, en journalist. Zowel werkzaam bij de Volksuniversiteit, Dagblad de Limburger, als Scelta, schrijft en kookt Ricci daarnaast voor Krag.nu. Hongaars van bloed en Italiaans van hart houdt de bourgondiër pur sang zich het liefst bezig met taal, sport, cultuur, reizen, muziek en zijn favoriete moment van de dag: het avondeten.

1 reactie

Reageren