Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
 

Ik heb vanavond bami gemaakt. Vind ik lekker, bami. Zelfs als ik ’t zelf gekookt heb. Ik haal wat hamlappen, snij die in dobbelsteentjes en marineer ze in wat beproefde satékruiden uit ’n zakje, gemixt met olijfolie, wat ketjap manis en sambal brandal. Ook uit ’n potje. “Sue me.”

Ik snij verse witte kool en prei klein en voeg daar later taugé aan toe. Zodat die knapperig blijft. De wortelblokjes zijn aan mij niet besteed en laat ik achterwege.
Vervolgens meng ik daar nog een fijngesneden rode peper door. Inclusief de verboden hete zaadjes.
De bamikruiden, “sue me”, komen van Conimex. Waarbij de woorden ‘sue me’ overigens niet uit ’n oosterse taal komen, maar uit de Engelse taal.

Met beetgaar gekookte mie levert deze concoctie over ’t algemeen ’n vrij acceptabel te hachelen gerecht op.
Zeg maar gewoon: ’n ontzettend smaakvol gerecht. Wat zeg ik? Zo ongelooflijk lekker, dat er van de hele pan geen peperzaadje overblijft als ik ’t mijn dierbaren voorzet!

Toch zal ik ’t dus niet in m’n blote kalende grijze hoofd halen om dit recept ooit met een van mijn Molukse vrienden te delen.
Een van hen leende mij ooit ’t kookboek van z’n moeder. Ik zeg niet wie, want hij wil graag gezond oud worden, maar daarvan weet ik, ze zouden me rechtuit in m’n gezicht uitlachen.

Tot vanavond…

Mijn Molukse goeroe, Frenkie Ririhatuela, vroeg me vanavond in m’n stamcafeetje:

“Aad, hoe eet jij je erwtensoep?”

Lijkt mij persoonlijk een van de minst gestelde vragen binnen de Molukse gemeenschap, maar dat even terzijde.

“Eh…, nou…, gewoon…, gewelde spliterwten natuurlijk, knolselderie, flink veel getrokken varkenshiel erin, ’n beetje Maggi erdoor, lekker laten staan en langzaam inkoken totdat de lepel rechtop blijft staan. Van dat werk, je snapt me wel.”

“Nee”, zegt Frenkie. “Ik vraag niet wat je erin doet, ik vraag hoe je ’t eet?”

“Ohhh…, lekker heet in ’n kom of ‘n diep bord en daarbij wat roggebrood met katenspek. Meer niet eigenlijk. Heerlijk…”

“Doe je verkeerd”, zegt Frenkie resoluut. “Helemaal fout…”

“Je kookt eerst rijst, maakt daar een bedje van en spreidt daar voorzichtig een egale laag erwtensoep over. En dáár leg je dan, ook zorgvuldig, wéér een laag rijst over. Zo…, dat de erwtensoep als het ware gaat zwéven….”

Ik hoor ’t m nog zeggen: “zwé-ven….!”

Vanaf dat moment was ik van m’n schaamte verlost. Frenk had z’n eigen Molukse draai gegeven aan een puur Hollands gerecht als erwtensoep. Als ’n Molukker erwtensoep mag laten zwé-ve-hen, dan mag ik ook m’n eigen Indisch gerecht construeren. Tóch…?

Dus vanaf nu heb ik me voorgenomen: iedereen mag weten hoe ik mijn bami kook. En eet. Zelfs mijn Molukse vrienden…!

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Aad Lips (1952) werkt als zelfstandig senior copywriter, conceptmaker, campagneontwikkelaar, communicatieadviseur en speech- & ghostwriter voornamelijk voor reclame- c.q. communicatiebureaus en daarnaast voor nog een aantal rechtstreekse klanten. Ook is hij professioneel fotograaf.

Reageren