Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
 

Antoniuslaan, Blerick, 1999. Huisgenoot en zeer goede vriend A, die met een peuk in de mond en nog zittend op zijn fiets de smalle gang kwam binnen walsen, gaf me een goede tip: ‘Ze zoeken nog iemand, hoorde ik net. Ik zei dat jij misschien wel wilde.’

Zeker wilde ik. Vooral omdat ik destijds al tot in mijn diepste vezels van friet hield. Zomaar uit het niets kreeg ik de kans om van mijn hobby mijn werk te maken, en zodoende sloeg ik slechts een paar dagen later voor het eerst een wit schort om mijn middel. Klaar om te bakken.

Baas M, met wie ik het meest vage sollicitatiegesprek ooit had gevoerd, liet over de rolverdeling geen enkele twijfel bestaan: ik hielp de klanten – hij hielp zichzelf door op het terrasje voor zijn eigen frietkraam te gaan zitten, sigaretten rokend en blikjes cola drinkend. Samen met wat jochies uit de buurt, die ook niks beters te doen hadden, keek hij onvermoeibaar naar de voorbijrijdende auto’s.

Ondertussen stond ik binnen mijn stinkende best te doen, want zo makkelijk was het allemaal nog niet. Een broodje frikandel ging nog wel, maar er waren ook klanten die voor een heel weeshuis kwamen inslaan. ‘Een grote friet speciaal – zonder zout, twee grote frites satesaus – mét zout, eentje met uitjes erop, een kleine friet mayo, twee gehaktballen speciaal, een sitostick met curry, twee kroketten, nee, een kroket en een kipcorn, doe nog maar een sitostick trouwens en even kijken, wat was het ook alweer, een curryworst volgens mij, ik weet het niet meer, weet je wat, doe maar een hamburger erbij dan. Of hebben jullie ook cheeseburgers?’ Voor mijn kans van slagen leek het me beter om niet te vragen of er op die kleine friet wel of geen zout moest.

Pas toen het buiten donker werd kwam baas M. naar binnen. ‘Het gaat best goed’, zei ik. ‘Oké’, zei hij, en nestelde zich achter de speelkast. Leunend tegen de vetbak bekeek ik hoe baas M. onwillig weer van zijn kruk gleed, diep zuchtend, omdat de telefoon tergend lang bleef rinkelen.

Hij verdween in een soort bijkeuken, waar ik hem wel nog kon zien maar niet meer zo goed kon horen. Van de eerste tien seconden van het gesprek ving ik dan ook niet veel op; dat veranderde echter toen hij heel hard ‘Wat? Nee!’ riep. En ook: ‘Godverdomme! Hoe kan dat?’

Nadat hij de hoorn weer op het toestel had gelegd, zag ik hem zijn handen voor zijn gezicht slaan, als een gebroken man tegen de muur gaan hangen om vervolgens langzaam door zijn knieën te zakken. Zo bleef hij een tijdje zitten.

Omdat ik vermoedde dat hij zojuist te horen had gekregen dat zijn huis ontploft was, of iets anders zwaar aangrijpends in de privésfeer, vroeg ik uit piëteit niet wat er aan de hand was, maar hij vroeg het wel aan mij: ‘Wat heb je gedaan, Mikel?’

Het besef dat ík de veroorzaker zou zijn van de heftige emoties waarvan ik zojuist getuige was geweest, daalde gestaag in. Om de boel zo goed mogelijk te redden antwoordde ik: ‘Helemaal niets.’

‘Ik had net een klant aan de lijn die zijn tanden stuk heeft gebeten op jouw friet zuurvlees’, snauwde hij me toe. Het was me direct duidelijk dat hij dat figuurlijk bedoelde, maar vooral erg letterlijk. ‘Die komt nooit meer terug, jongen, je ruïneert me.’ Beduusd hoorde ik baas M. uiteenzetten hoe het slachtoffer eerst een kies uit zijn mond had gevist, daarna een stuk hoektand en ten slotte een moer. ‘Auw’, zei ik.

Zwijgend stuitten we op de boosdoener. Of juist niet, natuurlijk – in de frietbak schitterde het stukje metaal van afwezigheid, ik had hem meegeschept met de frites. ‘Niet zo’n handig design,’ opperde ik, ‘dat zou helemaal niet moeten kunnen. Ik zou een nieuwe kopen, als ik jou was.’

Mijn gratis advies kon zijn gebroken hart niet lijmen, en dat verknalde gebit ook niet. De toch al twijfelachtige liefde was over. Niet lang daarna besloot ik van mijn werk weer mijn hobby te maken, en toen ik met een peuk in de mond en nog zittend op mijn fiets de smalle gang van het studentenhuis binnen walste, zei ik tegen huisgenoot en zeer goede vriend A: ‘Ze zoeken nog iemand, hoorde ik net.’

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Mikel Buwalda (1974) is fotograaf, tekstschrijver voor en eigenaar van Krag.nu. Als freelance fotograaf werkt hij voor zowel zakelijke als particuliere opdrachtgevers (gespecialiseerd in portretten en documentairestijl). Daarnaast maakt hij eigen fotografisch werk en gaat hij geregeld op pad als trainingsacteur voor diverse bedrijven.

Reageren