Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
 

Zwitserland, kwart over elf ’s avonds, onze vakantie in Italië zit erop. Na een eeuwigheid in de file te hebben gestaan, de meest beroerde aller tijden om precies te zijn, verloopt de terugreis weer redelijk soepel. En dat kan alleen gevierd worden met nóg meer lauwe snacks en koude blikjes energiedrank.

Ik stuur ons Polo’tje daarom richting het eerste het beste tankstation en parkeer onze trouwe vriend in een van de vele vrije vakken. Terwijl we op ons gemak, toch nog een beetje in vakantiemodus, naar het vrij grote gebouw lopen valt mijn oog op een uit de kluiten gewassen boom, die precies staat waar je hem niet verwacht. Ik kijk nog eens goed om me heen in de hoop dit Zwitserse raadsel op te lossen, maar al snel dwalen mijn gedachten af naar hetgeen er vooral toe doet: zijn de hapjes die op ons liggen te wachten lekker vies of echt vies?

Verderop staan de pompen en zien we een kleine shop, maar links van ons bevindt zich een draaideur die toegang verschaft tot een lekker verlicht halletje, rijkelijk voorzien van schreeuwende reclames, met daarin een trap die ons zeer wel mogelijk naar hamburgers leidt.

Eenmaal boven blijkt het restaurantje net gesloten te zijn en moeten we het doen met een vreemd winkeltje waar ze alles verkopen behalve wat je nodig hebt. Op naar het volgende tankstation dus, zo gaan die dingen, want de vraag is niet of we gaan snacken, maar wanneer.

Winkel uit, linksaf richting de trap, terug naar beneden, het schreeuwerige halletje door, draaideur in, draaideur uit, stukje lopen, waar staat de auto?

Waar staat onze auto?

Nergens. Dat is waar onze auto staat. De aanblik van een leeg parkeervak dat er nog heel erg veel leger uitziet dan normaal doet de mens geen goed, en met een hart dat ongezond snel begint te kloppen kijk ik om me heen, op zoek naar een aanknopingspunt om mezelf te kunnen overtuigen dat ik me vergis, maar ik vind alleen de uit de kluiten gewassen boom.

Onze trouwe vriend is gestolen!

Omdat ik niet snel huil begin ik vrijwel meteen te snotteren en schiet er van alles door mijn hoofd, zoals een Zwitserse boef die met zijn jatgrage dievenhandjes mijn dure camera omhoog houdt, en ook maar alvast aan het bedenken is aan wie hij onze paspoorten gaat verkopen. Ik zie dat mijn vriendin al begint te rennen: ‘We moeten iemand in het tankstation laten bellen! Dat is onze enige kans! We weten niet eens waar we zijn!’

Of welke taal ze hier spreken, of welk alarmnummer ze hier eigenlijk hebben, of hoe we nu in hemelsnaam thuis moeten komen, denk ik terwijl ik achter haar aan sprint. De miserabele ernst van de situatie dringt steeds dieper tot me door. Eenmaal in de kleine shop kraam ik in mijn beste Frans, Duits en Italiaans uit: ‘Our car is stolen! Can you call the police?’

De shopmedewerker vertrekt geen spier en gaat rustig door met het bijvullen van zijn winkelschap vol gekke koekrepen: ‘Your car is not stolen.’ Meer heeft hij niet te melden. Op zoveel onbegrip rekent niemand en mijn vriendin neemt er dan ook geen genoegen mee: ‘Jazeker wel, verdomme! Our car is stolen! You must call the police! Now!’

Opnieuw is de man niet onder de indruk, maar kijkt nu wel op van zijn klusje en zegt hoofdschuddend: ‘Your car is not stolen. You’re traveling north.’ Dat laatste klopt, besef ik, maar zie niet in wat het ermee te maken heeft. Toch begint er, vooral door zijn vastberadenheid, iets in mij te gloeien dat lijkt op een sprankje hoop: ‘What do you mean?’

Hij bedoelt dat we aan de verkeerde kant terecht zijn gekomen. We hadden rechtsaf richting de trap moeten gaan, niet linksaf. Het hele gebouw blijkt gespiegeld over de snelweg te zijn gebouwd, en de Zwitsers hebben het grondig aangepakt, werkelijk alles lijkt als twee druppels water op elkaar, zakmessen maken is zeker niet het enige dat ze goed kunnen.

Teruglopend naar de goede kant, vervuld van gelukzaligheid omdat ons autootje er gewoon zal staan, worden we begeleid door een bewaker die de boel aan het afsluiten is: ‘You’re not the only ones, this happens about fifteen to twenty times a day,’ lacht hij, ‘and it’s the most fun when it’s a bus with about fifty people on it.’

Met dat hilarische beeld voor ogen stappen we in, nooit eerder zó gelukkig met ons lieve schattige karretje. We zijn weer compleet en rijden opgelucht en vol goede moed de nacht in, op weg naar Venlo, maar eerst op weg naar lekker vieze lauwe snacks en koude blikjes energiedrank. Er moet gevierd worden!

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Mikel Buwalda (1974) is fotograaf, tekstschrijver voor en eigenaar van Krag.nu. Als freelance fotograaf werkt hij voor zowel zakelijke als particuliere opdrachtgevers (gespecialiseerd in portretten en documentairestijl). Daarnaast maakt hij eigen fotografisch werk en gaat hij geregeld op pad als trainingsacteur voor diverse bedrijven.

Reageren