Het is alweer twaalf jaar geleden dat ik begon aan mijn leven als alleenstaande moeder van vijf kinderen. In mijn eentje kwam ik regelmatig handen tekort en al snel ontdekte ik ‘de kracht van het Nivea doekje’. Oorspronkelijk bedoeld om de billetjes van Kind Vier en Kind Vijf (een meisjestweeling van amper twee jaar oud) mee af te vegen, bleek het uitermate geschikt in situaties van uiteenlopende aard. Naar school toe en geen tijd om te wassen? Hup, een doekje of vijf over de snuitjes en iedereen was weer schoon. Naar danstraining terwijl ik vlak van te voren had staan koken? Dan bood zo’n doekje dé oplossing om toch fris tussen mijn dansvriendinnetjes te staan. Ook was het geschikt om een tafel razendsnel schoon te krijgen, DVD’s vol vettige vingerafdrukken te reinigen en je kon er zelfs je tanden mee poetsen bij onverwacht bezoek. 

Tot dusver de magische werking van het Nivea doekje. 

Het schoonhouden van ons huis gebeurt sinds jaar en dag door Moeder, die een paar dagen in de week niet alleen het interieur opfrist, maar ons allemaal verfrist met haar immer vrolijke aanwezigheid. Zij heeft de uitdrukking ‘Hygienisch Therapeut’ bedacht, en deze combinatie van woorden verklaart precies welke taken ze in huis heeft. Ze wast, ze klopt, ze luistert, ze sopt, ze praat, ze fopt, ze strijkt, ze mopt. We hebben clubjes waarvoor je je niet aan kunt melden omdat wij de enige twee leden zijn. Zo hebben we een Leesclub, een Soepclub, een Tuinclub, een Stand-up comedian club. Ook corrigeert ze al mijn schrijfwerk. 

Door de turbulentie in ons leven (lees mijn blogs terug en het moge duidelijk zijn dat er wat orkaanstormen hebben plaatsgevonden) zijn de kinderen en ik  nogal hecht met elkaar. Spullen delen gaat zonder al teveel geruzie, en er is weinig tot geen gêne in de ‘blootjesafdeling’, zoals ik de badkamer benoem. De meest diepzinnige gesprekken vinden plaats terwijl de een op het toilet zit en de ander op een stoel. Met hetzelfde gemak worden make-up spullen, balletpakjes en tandenborstels van elkaar geleend. Sommigen zouden ons ronduit klef noemen, omdat we meestal dicht tegen elkaar aanhangen, stoeien als een nest jonge puppy’s en het liefst bij elkaar slapen. Het grote voordeel van dit laatste is dat we goed verplaatsbaar zijn: als we uit logeren gaan, zijn we makkelijk ergens in een hoek op te stapelen, waarbij ik (in verband met uitstekende botten) bovenop wordt gelegd. Dekentje erover en klaar, je hebt er geen omkijken meer naar. 

En toen kwamen we ruim drie maanden geleden terecht in een tijd waarin solitair leven en binnenblijven de norm werd en hadden we ons kleurrijke en intense leven grondig aan te passen. We waren gescheiden van Kind Een en Kind Twee, die in Amsterdam en Arnhem woonden. Dit huis, waar wekelijks tientallen mensen in- en uitvlogen voor een kopje koffie, een praatje of een hapje, werd een hele stille plek. De enige keer dat ik in die periode buiten kwam, was toen ik om klokslag negen uur bij de winkel een tube montagekit kocht omdat mijn zelf geknutselde balletspiegel van de muur was gedonderd. Een van de medewerkers brieste ‘hoe ik het in mijn hoofd had gehaald om naar buiten te gaan, onverantwoord gedrag voor iemand met mijn ziektebeeld’. Stilletjes droop ik af, om even later de volle lading over me heen te krijgen van de Corona Maffia: de ondernemers in de Lomstraat hadden blijkbaar niets beters te doen dan mij na te sissen dat ik ZO SNEL MOGELIJK NAAR BINNEN MOEST EN DAAR DE KOMENDE TIJD BLIJVEN! 

Het was duidelijk dat ik me voorlopig niet meer buiten hoefde te vertonen. Totdat ik tijdens een persconferentie hoorde hoe belangrijk het was om in beweging te blijven en frisse lucht te krijgen. Ik bedacht dat ik vroeg in de ochtend of laat op de avond prima een ommetje kon maken. Buiten was het stiller dan ooit, en ik besloot een uitstapje te maken naar het milieupark. Bij de glasbak aangekomen, waar ik lege potten veganistisch gekweekte kikkerbillen op links gedraaid tarwekiemzuur wegwierp, verzonk ik in diep gepeins. Normaal gesproken had het geluid van brekend, kapotvallend glas een geruststellend effect, deze keer niet. Ik dacht na over iets dat ik tijdens de persconferentie had gehoord: het was niet duidelijk of dieren het virus ook konden krijgen. Hond Totó had zijn eigen tandenborstel, we hadden alle mogelijke maatregelen genomen om elkaar te beschermen. Er was iets dat ik over het hoofd zag, maar wat?

De volgende ochtend stond ik met een slaperig hoofd in de keuken. Terwijl ik wachtte tot het water kookte, pakte ik uit de koelkast een blauwe bes om bij het holletje van de kabouters –achter de plint bij het aanrecht– neer te leggen. In één klap drong tot me door wat ik over het hoofd had gezien: de kabouters, konden die ook het coronavirus krijgen? Internet bood geen soelaas op deze prangende vraag, dus ik speurde mijn hoofd af op een mogelijke oplossing voor de kabouters, die nu wellicht óók in quarantaine zaten. En daar kwam opeens het Nivea doekje tevoorschijn, uit de spelonken van mijn soms razendsnelle en soms wat stoffige brein. Driftig toog ik aan het werk, om van één Nivea doekje een stapel piepkleine doekjes te knippen en die naast de blauwe bes bij hun holletje neer te leggen. 

Inmiddels zijn de regels versoepeld, komen er weer wat mensen over de vloer en ziet het er naar uit dat we deze zomer naar Vlieland gaan. Terwijl wij uitwaaien aan zee, zorgt Moeder voor dit huis, dat dan ‘akelig stil’ is, zoals ze zegt. Ze wast, ze sopt, ze strijkt. Ze zorgt voor de tuin, de knuffels en de kabouters. Onze clubjes hebben zomerreces. En intussen hoop ik met heel mijn hart, dat ergens ter wereld een clubje slimmeriken is, dat een vaccin ontwikkelt waardoor deze wereldwijde crisis ten einde komt. Hoe dan ook, we gaan verder met het leven zoals het is. 

Altijd is alles in beweging.

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Luca van Wersch (1967) is niet onder één noemer te vangen. In 1992 kwam ze in Venlo terecht om films te maken. Ze gaf kookles, maakte danschoreografieën en schreef het boek 'Duizend Lijntjes in mijn hoofd', waarin ze fotografie en tekst op een poëtische manier verpakt. In 2008 werd er een tumor in haar hoofd ontdekt. Over alle ervaringen rondom ziek zijn schreef ze blogs voor Media Groep Limburg.

4 reacties

  1. Bernie Duijf op

    Hoi Luca. Nogmaals je blog met heel veel plezier gelezen, dit omdat we er beiden achter kwamen dat ik toch het een en ander gemist had. Wat heb ik genoten van de duidelijke taal en de humor waarmee je schrijft. Chapeau. Ik ben blij dat ik je heb leren kennen xx

  2. Sander Deenen op

    Uit het oog maar niet uit het hart dus ook hier komen binnenkort de niveau doekjes zo heel af en toe zie ik kind 4 en 5 nog wel eens maar ik vraag me wel eens af hoe het zou zijn geweest als er 1 jongetje was geweest bij jullie hahaha pijn aan de oren waarschijnlijk

  3. De onmisbare niveau doekjes😅
    Ik ben zo blij dat we al wat “meer” mogen. Hopelijk weer gauw naar het “oude leven”, ik mis het zo!
    Tot gauw Luca, ik mis je♥️

Reageren