Afgemat? Desgewenst? Louter? Teneinde? Frictie? Ik vraag me vaak af wat het mooiste beginwoord is voor een boek. Daarbij vraag ik me ook af hoeveel waarde schrijvers überhaupt hechten aan hun eerste woord. Zouden ze halsbrekende toeren uithalen om hun eerste zin te kunnen laten beginnen met het woord van hun keuze? Nog belangrijker is uiteraard de titel van een boek. Titels met ‘De’ hebben meteen een literair luchtje: De gedaanteverwisselingen, De eilanden, De passievrucht, De ingewijden. Het is niet zomaar een passievrucht, nee, het is dé passievrucht. Niet zomaar gedaanteverwisselingen, nee, dé gedaanteverwisselingen. 

Ik wil graag schrijven, maar denk meer na over de mogelijkheidsvoorwaarden ervan, dan dat ik me er daadwerkelijk toe weet te zetten. Misschien moet ik daar een boek over schrijven, over de mogelijkheidsvoorwaarden van het schrijven. Of over het niet kunnen schrijven van een boek, met een titel als 17 gedachtestrategieën die het schrijven van een boek onmogelijk maken uitgelegd (en hier en daar getackeld). Zo is het bijvoorbeeld moeilijk, denk ik, om een boek te schrijven wanneer je steeds nadenkt over het waarom van een boek schrijven. Want als je daar te lang over nadenkt kom je, via de gedachte dat je een boek schrijft om dingen te bewaren, uit bij de gedachte dat alles uiteindelijk vergaat, ook mensen, boeken en verhalen en hoewel dat op zich helemaal geen ramp is – dat alles uiteindelijk vergaat – voelt het schrijven van een boek dan wel ineens behoorlijk als een tragische Sisyfusarbeid. Je begint in het volle bewustzijn dat al je gedane schrijfwerk ooit, vroeg of laat, volledig teniet zal worden gedaan door de tijd.  

Nadenken over het waarom van een boek schrijven kan je ook aan het twijfelen brengen over je eigen integriteit. Want stel, je schrijft een boek puur en alleen voor jezelf, waarom zou je het dan überhaupt willen uitbrengen? Je wil dus blijkbaar dat mensen het lezen, anders zou je je boek gewoon voor jezelf houden. Stiekem wil je toch graag bekendheid vergaren met je boek, misschien zelfs wel ‘beroemd’ worden, whatever that may mean. Een gedachte waarvoor je je een beetje schaamt. Je bent bang dat je niet een boek schrijft omdat je het leuk vindt, maar omdat je er beroemd door zou kunnen worden (hoe miniem die kans ook is). En dat beschamende idee houdt je tegen om eraan te beginnen. Het is in zo’n geval de kunst om te (her)ontdekken dat je schrijft omdat je het gewoon heel erg leuk vindt om te doen. Het is ook de kunst om tijdens het schrijven nog helemaal niet na te denken over het uitgeefproces. Wanneer je ooit zover bent dat je boek uitgegeven zou kunnen worden, dan kun je het uitgeven ervan ook zien als een mooi eerbetoon aan het verhaal dat is ontstaan; het verhaal als het ware een mooi jasje geven. Natuurlijk is het leuk wanneer andere mensen je boek lezen, maar daar moet je tijdens het schrijven van het verhaal helemaal niet mee bezig zijn; wel met ‘de lezer’, maar niet met je – al dan niet te ontstane – ‘fans’ in spe. 

Toch kan hier nog wel eens iets meer onder zitten. Zeker wanneer je een beetje een perfectionist bent. Niemand is ‘een beetje’ een perfectionist, trouwens. Je bent óf een verschrikkelijke perfectionist, óf je bent het niet. Je kunt immers toch niet ‘mwa’ proberen alles heel goed en uitermate precies te doen? Stel, je bent een schrijver en een perfectionist. Ik gok zo dat dit best vaak voorkomt, maar los daarvan: als perfectionist is je onderliggende ‘trauma’ waarschijnlijk dat je als kind niet voldoende bevestiging hebt gekregen en dat je die bevestiging bent gaan proberen te oogsten door indruk te maken op anderen. Je bent daardoor altijd heel erg bezig met wat anderen van je vinden en je vindt het heel belangrijk om zoveel mogelijk zaken te kunnen controleren en te optimaliseren, zodat je er in ieder geval alles aan gedaan hebt wat in je macht ligt om indruk te maken. Dus een boek niet kunnen schrijven wanneer je perfectionist bent, kan er wel eens op duiden dat je te veel bezig bent met indruk maken op anderen en dat je je te veel aantrekt van wat anderen ervan vinden.

Gap the Mind I

Terwijl het natuurlijk helemaal niet uitmaakt wat anderen ervan vinden, wanneer je aan het schrijven bent: nogmaals, het belangrijkste is dat jij het leuk vindt om het te doen. Al richt je je met schrijven natuurlijk wel bij uitstek tot een publiek, tot De anderen (mooie boektitel trouwens, die ga ik vast claimen). Of kun je je ook tot jezelf richten als schrijver? Met dit relaas richt ik me bijvoorbeeld zowel tot mezelf als tot de anderen. Nu is het ook eigenlijk helemaal geen probleem dat je je in het schrijven tot anderen richt, het is het nadenken over en het bang zijn voor wat anderen ervan vinden dat kan leiden tot haperingen in het schrijfproces. Dit is natuurlijk niet iets waar alleen schrijvers mee kampen. Er zijn veel mensen die haperen bij het nastreven van hun dromen, omdat ze zich te veel aantrekken van de mening van anderen. Deze angst voor de mening van anderen is een niet te onderschatten, zelfsaboterende gedachte die eigenzinnigheid, vrijheid, productiviteit, geluk en innovativiteit boycot.

Sommigen onder ons hebben zich bewust weten te maken van het feit dat het niet uitmaakt wat anderen vinden en lijken hierdoor beter in staat echt plezier te maken in en met hun leven. Ze beseffen dat, wanneer je maar één leven hebt, het zonde is wanneer je, zeker wanneer je leeft in een rijk Westers land als het onze, niet probeert om zoveel mogelijk plezier te hebben. Nu het nog kan. Nu we er nog zijn. Niemand weet wat er na de dood is, maar we weten in ieder geval wat er voor de dood is, dat we een beperkte hoeveelheid tijd hebben en dat het moment van overlijden – voor de meeste van ons in ieder geval – onbekend is. Leuke dingen doen is iets leegs als je je er niet bewust van bent hoe prachtig het leven is, maar wanneer je leuke dingen doet in het volle bewustzijn dat je gezegend bent met je bestaan en kan zien hoe wonderlijk mooi al het leven op aarde is, dan is het doen van leuke dingen geen strategie om de leegte op te vullen, maar dé manier om het leven te eren. Waarom doen we niet allemaal zoveel mogelijk wat we leuk vinden met onze tijd? Waarom maken we onbetaalde overuren, trekken we eerder de voortuin dan de achtertuin recht, besteden we hele dagen aan het poetsen van ons huis en zijn we druk in de weer om het de ander – ten koste van onszelf – naar de zin te maken? 

Natuurlijk, een zinvol leven heeft veel te maken met het van betekenis kunnen zijn voor de ander, dat geeft voldoening en maakt ook gelukkig. Maar we vergeten daarbij wel eens dat het zorgen voor de ander niet ten koste mag gaan van onszelf. Dat we eerst goed voor onszelf moeten zorgen. Want wanneer je zelf in een goede staat verkeert, kun je pas echt bergen verzetten voor anderen. 

In dit Coronatijdperk zijn de anderen even wat meer naar de achtergrond verplaatst en in de vergetelheid geraakt, en dat is waarschijnlijk wel even goed geweest: de focus ging terug naar onszelf en van daaruit begonnen we langzaam weer contacten te leggen met de anderen in ons leven die ertoe doen, via ellenlange wandelgesprekken en intieme barbecues in achtertuinen.

Gap the Mind II

Hiaat is misschien wel een goed beginwoord. Zit er niet in elk verhaal een hiaat? Een leegte van gemis, of een gapend gat te midden van een onoverbrugbaar probleem, witregels tussen flarden van herinneringen, een spleet waar de hoofdpersoon doorheen glipt of een vraag die onbeantwoord blijft? Mijn gedachten – en dus ook mijn schrijfsels – zitten in ieder geval vol hiaten – de witregels in deze blog getuigen ervan. Sinds ik moeder ben voelt mijn hoofd als een mistig gedachtelandschap, waar alles wordt omsluierd door een laagje vergetelheid en waaruit slechts af en toe plots een stukje helderheid opdoemt, om vervolgens weer net zo plots in de mist te verdwijnen. Het lijkt wel erger te zijn geworden sinds het Coronatijdperk, deze nieuwste era van onze wereld, die mijn hele besef van tijd nog meer heeft doen vervormen. 

Hiaten doorspekken ons leven en kunnen zowel zinderend en groots als leeg en donker zijn. Hoe meer we ons bezig houden met wat anderen van ons vinden, hoe meer we weg zijn bij onszelf en hoe meer leegtes we ontwikkelen, die we vervolgens weer proberen op te vullen. En hoe meer we ons bezighouden met wat anderen van ons vinden, hoe fragmentarischer ook ons denken is. We schakelen immers de hele dag tussen onszelf en de ander en dus tussen onszelf en social media, to-do-lijstjes, werkopdrachten, kinderbehoeften, relatieperikelen en boodschappentassen. Als je leven een mozaïek is, kun je niet van je brein verwachten dat het een stilleven is. 

Toch is er niet per se iets mis mee, met een mozaïsch brein of een mozaïsch leven – en ook niet met een mozaïsch schrijven, trouwens: Nietzsche’s aforismen vormen samen mijn lievelingsmozaïek. Een mozaïek is juist kleurrijk en geeft je veel om van te genieten in je leven. Als je de hiaten dan maar weet te vinden, zinderend en groots, als open plekken in een bos. Stukjes tijd die voor jou alleen zijn, waar je op adem kunt komen en voor jezelf kunt zorgen. Waar je al het andere in de verte hoort zoemen, maar waar je door een bubbel van tijd en stilte even volledig van wordt afgesloten. Waar een andere orde heerst. Waar je niet nadenkt, maar kijkt, het nu induikt, luistert, pretoogjes krijgt. Waar de antwoorden op je levensvragen als een onverstaanbaar gefluister door de wind worden verspreid. Je kunt ze niet verstaan, maar voelt ze en het stelt alleen al gerust te weten dat de antwoorden er zijn en dat je erin kunt rondwervelen, ze hoort ritselen door de boombladeren. Het zijn momenten waarop je tijd doorbrengt met jezelf en waarop de ruimte tussen jou en de wereld kleiner wordt, doch altijd voelbaar blijft. Het is tijd waarin je de dingen doet die jij echt leuk vindt. Misschien vind je het leuk om kikkervisjes te vangen, om te schilderen met je blote voeten, je te verkleden, om lp’s helemaal van voor tot achter te luisteren of om in je eentje urenlang in de natuur te vertoeven en er foto’s te maken, te spelen, in bomen te klimmen of hutten te bouwen. Of je gaat een boek schrijven, kan ook. Als jij dat leuk vindt.

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Renée Verberne (1988) studeerde kunst en filosofie en houdt zich als kunstenaar, schrijver en creatief ondernemer bezig met uiteenlopende projecten. Haar beeldende werk bestaat voornamelijk uit foto’s, video’s, performances en installaties. In haar beelden en teksten onderzoekt ze de relatie tussen mens en natuur, het onbehagen van de moderne mens en de mogelijkheden voor een duurzamere samenleving.

Reageren