Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
 

Ik stond ergens Nessun Dorma te zingen. Het zou zomaar in het amfitheater van Verona geweest kunnen zijn, dat kon ik er niet heel goed uit opmaken. Feit is wel dat ik niet meteen doorhad dat het een droom was. Toen dat me eenmaal duidelijk werd, troostte ik mezelf met de gedachte dat Andrea Bocelli waarschijnlijk ook niet veel zou bakken van ‘t Optochleed. Ieder zijn specialiteit zullen we maar zeggen.

Ik deed mijn ogen open en realiseerde me definitief dat ik Bocelli niet was. Enfin, de realiteit lag prettig dicht bij de droom waardoor ik me werkelijk even in staat achtte Nessun Dorma te kunnen zingen. Heerlijk.

De fout die mensen maken als ze wakker worden is dat ze even naar hun telefoonscherm kijken om te zien hoe laat het is. Het blauwe licht van het scherm schijnt de hersenen te activeren. Een wekkerradio met rode cijfers is derhalve beter, ook al staat die tegenwoordig vijf minuten achter. Midden in de nacht maakt dat nog niet zoveel uit.

Ik moest met mijn geactiveerde hersenen terugdenken aan de tijd dat ik me, samen met vrienden, eens in de paar weken verplaatste in een fantasiewereld zonder speelbord, slechts gewapend met dobbelstenen en een paar naslagwerken voor de juiste informatie. Dat is alleen leuk als je met vrienden bent die er ook een levendige fantasie op nahouden. Fantasten zijn weer andere mensen, overigens. Creatieve fantasie is een geschenk. Als je in staat bent je hersenen op commando een nieuwe waarheid te laten creëren die door je eigen adequate beschrijving begrepen wordt door anderen, dan gebeurt er wat. Iedereen heeft dan natuurlijk zijn eigen gepersonifieerde wereld, maar de grote lijnen komen overeen, zodanig dat je samen een spel kunt spelen. Je moet wel op ieder moment terug kunnen springen naar het heden, anders krijg je sociaal ongemakkelijke situaties. Als je te lang blijft denken dat je een gordijn van mist uit de hemel tevoorschijn kunt toveren om mensen op het verkeerde been te zetten vinden ze je al gauw een gekkie. En terecht.

We bedachten complete werelden met weidse landschappen, geboobytrapte kastelen met vochtige kerkers en middeleeuws aandoende steden met stadspoorten, smalle steegjes en rustieke tavernes. Daar schiepen we vooral het ideaalbeeld van een avond flink doorzakken met vrienden. Dobbelstenen, kaarten, bier, vrouwen en slapende zatlappen aan de bar. En aan het einde van de avond altijd weer een verhaallijntje dat een nieuwe spelavond mogelijk maakte.

Parallellen met het heden waren het leukste aan die werelden. Niet zelden bedachten we slechteriken met eigenschappen of namen die leken op die van echt bestaande personen. Lokaal en mondiaal, alles liep door elkaar. In een huidige versie van het spel zou de blaaskaak op de troon waarschijnlijk Ronald Grump heten, vadsig zijn en een hele kleine piemel hebben. Wellicht dat die kleine piemel fictie is, maar ook hier zouden droom en werkelijkheid wel eens akelig dicht bij elkaar kunnen liggen. Juist wanneer de scheidslijn tussen realiteit en fictie dun was werd het hardst gelachen.

De huidige discussie rondom het eten van vlees kon wel eens de reden zijn dat ik terugdacht aan die tijd. In onze fictieve wereld kwam het namelijk met regelmaat voor dat je zelf een dier moest vangen om het vervolgens te villen en op te eten. Zo konden we ons op een doodnormale dinsdagavond tegoed doen aan een compleet varken van het spit, hetgeen in werkelijkheid blauwschimmelkaas op Melbatoast was. Om te overleven uiteraard, niet voor de lol. Aan het vuur, dat je zelf had gestookt met gesprokkeld hout, kon je je vervolgens goed opwarmen. Ik kon me niet herinneren dat er in het spel ooit iemand met de mededeling kwam dat we eens iets minder vlees zouden moeten eten, of dat het stoken van hout slecht is voor het milieu. Gelukkig maar, want diegene was door onze fictieve karakters uitgelachen, dat is zeker. Je ecologische voetafdruk was in onze wereld niet bepaald een trending topic, dat moet gezegd.

Het blauwe licht van mijn telefoonscherm deed me nog een stap verder gaan. Eigenlijk zouden we die fantasiewereld veel vaker op subtiele wijze moeten kunnen koppelen aan de werkelijkheid, zonder dat het sociaal lastig wordt. De reden dat we relatief makkelijk overleven is immers dat we fantasie hebben, of de light versie daarvan: relativeringsvermogen. De wereld geeft genoeg aanleiding om depressief te worden. Waarom staan kinderen dan zo ongecompliceerd in het leven? Vanwege hun levendige fantasie die de overhand heeft in de dagelijkse praktijk. Kinderen dragen het gewicht van de wereld niet op hun schouders, en gelijk hebben ze.

Een hoop gedachten zo midden in de nacht.

Terwijl ik haarzuiver Nessun Dorma zong ging de bel. Ik stond op uit bed en liep de trap af naar de voordeur. Daar stond een forse, blonde, naakte man met een hele kleine piemel. Hij attendeerde me op onze rokende schoorsteen en de geur van geroosterd varkensvlees. Net voordat hij harder leek te gaan schreeuwen pakte ik een toverstaf uit de paraplubak naast de deur en veranderde hem in een roze vogelbekdier. De kleine piemel handhaafde ik. Daarna smeet ik de deur dicht, liep terug naar boven en keek op de wekkerradio. Tijd om te gaan slapen.

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Ruud Stikkelbroeck (1977) is communicatiespecialist en heeft nog altijd veel affiniteit met media vanuit zijn vorige journalistieke banen bij L1 en Omroep Venlo. In zijn vrije tijd fietst hij graag. Deze voormalige Prins Carnaval en liedjeszanger koestert een grote liefde voor vastelaovend.

Reageren