Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
 

Walbeck, de heetste dag van het jaar. Mijn broertje, zijn vriendin en ik hebben netjes achteraan de rij aangesloten. De lánge rij voor het plaatselijke Waldfreibad, want het is dik 34 graden en half Nordrhein-Westfalen (en Groot-Venlo) is op het originele idee gekomen om uitgerekend daar een verfrissende duik te nemen. We staan al zo’n tien minuten te wachten als vier ‘stoere’ scooterboys – petjes op hun gemillimeterde koppies en heuptasjes om hun middel – totaal schijt hebben aan de sociale code en ergens vooraan de rij ‘invoegen’. Ik wil ze er bijna op aanspreken, maar houd me in – ik sta te ver weg en ik heb niet echt zin in trammelant.

Dan hoor ik een vrouwenstem achter mij. “Hey, daar heb je (…). Hij staat nu al daar, slim van hem hoor.” Ik draai me om, zie een blonde Tokkie met een veel te grote zonnebril, en nog voor ik er erg in heb reageer ik. “Slim? Asociaal zul je bedoelen”, doelend op de ongegeneerde voorkruipactie en enigszins ‘opgelucht’ dat ik er nu dan toch wat van kan zeggen. “Je moet niet oordelen”, werpt de geagiteerde goedprater terug. “Dat doe ík dus wel”, zeg ik, met de nadruk op ‘ik’ om op subtiele wijze te laten blijken dat niet iedereen zich tegenwoordig schuldig maakt aan het wegkijkbeleid.

Het is zo klaar als een klontje dat ik niet met een intellectueel met een fijn afgesteld moreel kompas sta te bakkeleien, maar wat mevrouw zonnebril vervolgens produceert, slaat werkelijk alles. “Nou, mensen plegen ook moorden. Die dingen gebeuren nu eenmaal.” Ik geloof niet wat ik hoor. Was dit een argument vóór voorkruipen? “Daar heb je rechters voor”, poneer ik.

“Uitgeluld”, mompelt mijn broertje.

De ‘strijd’ was echter nog niet voorbij. “Ja, en in Afrika gaan mensen dood van de honger, maar wat doe je eraan?” Met die instelling weinig, denk ik. Maar ze was nog niet klaar, want de kern van haar vlammende betoog moest nog komen: “Er zijn wel ergere dingen in de wereld.”

Ik kan erover meepraten, maar besluit het niet te doen. Uit fatsoen – het gebrek daaraan was juist de oorzaak van de woordenwisseling – en omdat ik besef dat er niet te discussiëren valt met iemand wiens vergelijkingen manker gaan dan Arjen Robben na de eerste de beste interland van het Nederlands elftal.

Even later, liggend op het gras, probeer ik alsnog chocolade van het voorval te maken, resulterend in de laatste alinea van deze blog.

Onrechtvaardigheid – want dáár ging het over – is wel degelijk te bestrijden, zowel in kleine als in grote vorm. Het begint door met elkaar in gesprek te gaan, al is het maar – of juist! – over zoiets relatief onbenulligs als voorkruipende jongeren bij een zwembad. De wereld bestaat uit individuen en de som van alle individuele keuzes bepaalt onze koers. Kon de mevrouw met de gigantische glazen oogkleppen dát maar begrijpen.

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Sven Poels (1988) is journalist en tekstschrijver. Hij studeerde af in de Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht en werkt als freelance verslaggever voor Dagblad De Limburger. Daarnaast publiceert hij geregeld voor Peel & Maas en Asbestslachtoffers Vereniging Nederland. Zijn specialisaties zijn sport, cultuur, politiek en maatschappelijke thema's.

Reageren