Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
 

April 2017.

De deur viel in het kozijn. Dicht. Einde hoofdstuk, einde boek. Geen happy end. Maar dat was voor de lezers al bladzijdes lang bekend.

Toch klonk die dreun als een bevrijding. Onbewust was ik blij dat het boek uit was. Je kent het wel, je bent begonnen aan een boek en vindt het niet zo geweldig, maar ook weer zonde om er halverwege mee te stoppen. Dus ga je tegen je zin in door, tot het bittere eind, en bent dan blij als die kaft definitief dichtslaat. Zoiets, dus.

Ik stond op en liep naar de slaapkamer, die er nog nooit zo leeg uit had gezien. Op mijn nachtkastje stond een doosje van de lokale juwelier met daarin de verlovingsring. Er was zojuist namelijk een einde gekomen aan een ruim zes jaar durende relatie, waarin een geforceerde verloving geen redmiddel bleek te zijn.

Toen ik in oktober 2016 mijn persoonlijke Facebookomgeving liet ontploffen door het huwelijksaanzoek werd er achter de coulissen reeds gefluisterd: ‘Hij heeft zijn scheidingspapieren al getekend.’ Zelf heb je dat op dat moment niet door, maar vriend M. die me beter kent dan zichzelf, op een objectieve afstand wel. Kunst is dan, naar hem te luisteren. Mijn God, wat had hij gelijk.

Een nieuwe periode brak aan; een nieuw boek werd opengeslagen. Tinder werd gedownload. Mijn zelfvertrouwen in mijn vorige relatie was net zo afwezig als de liefde. En zo ging ik op zoek naar kunstmatige en oppervlakkige aandacht om mezelf van verslavende shotjes zelfvertrouwen te voorzien. Verbaasd was ik, toen het voor de eerste keer lukte.

Daarna kreeg ik al snel de smaak te pakken, ik begreep de regels van het spel en leerde de ‘kneepjes van het vak’. Een hitsige zomer volgde, Venlo en Nijmegen waren niet meer veilig. Namen werden nummers, bijnamen als Zoef en Sjpeler werden met valse trots gedragen. Vrienden maakten ranglijstjes, daagden me uit. Collega’s hingen aan mijn lippen bij de openbare printer waar op de maandagochtend alle sappige en exotische details werden gedeeld. Of net zo goed een vrijdagochtend, toen ik voor de zoveelste keer met een ongekamd kapsel en dezelfde kleren als daags ervoor op kantoor verscheen.

Bekende Venlosche kösmuulkes, seksmotels in Rio de Janeiro waar ik met genepte diarree moest ontkomen aan paspoortliefde, Italiaanse beursmeisjes in een zweterige openluchtdiscotheek of Godonterende taferelen in een kerk op een Zulubruiloft in het ongerepte Zuid-Afrika.

Op een gegeven moment kregen vrienden en collega’s er meer plezier in dan ikzelf. Het werd een verslaving, een routine waarin ik vast zat. Hetzelfde spelletje dat je begint te haten maar niet meer neer kan leggen. Candy Crush voor 18-plussers. 

En waarom eigenlijk? Probeerde ik zo mijn pijn en frustratie van hiervoor te verwerken? Blijkbaar, ja. 

Lukte dat? Nee. 

Ik herinner me nog goed dat ik gebroken aan vriend R, tijdens een zwoele zomerse squashwedstrijd, bekende ‘bang te zijn niet meer verliefd te kunnen worden’. Alsof ik mezelf saboteerde toen ik gevoelens begon te krijgen na date X. Nee, muur omhoog. Zelfverzekerd naar buiten, gebroken binnen.

Dagen werden weken, weken werden maanden. Onrust werd steeds tijdelijk getemd door vleselijk genot. Een pleister op een inwendige bloeding.

Zus A. zag de bui al hangen. ‘Dalijk hebse nog un zweerke op dien jeerke!’ Gelukkig voor mij, trok die bui over. Toen ik niet veel later bij Zus J. aan tafel smeuïge rendang aan het verorberen was, beklaagde ik me: ‘Ik ben er gewoon nog niet klaar voor en heb geen behoefte aan iets vasts.’ Mijn gedachten dwaalden af naar de wulpse latina’s in Zuid-Amerika waar ik niet veel later een volle maand zou verblijven. Zus J. schepte voor de zesde keer die avond de Indonesische lekkernij voor me op, en voorspelde: ‘Dan zul je net zien dat het nu komt.’

‘Ja, vast’, antwoordde ik met mijn mond vol, terwijl mijn vork de laatste resten uit de pan schraapte, toen nog niet wetende dat ook het tweede boek abrupt ten einde was gekomen. 

November 2018.

Twee dagen later gebeurde het. Ik ontmoette haar. Al vrij snel kwam ik erachter dat ze de vrouw van mijn dromen zou zijn.

Een checklist is not done, maar toch heeft iedereen die stiekem. Ben je dan te veeleisend? Vriendin S. gaf me tijdens mijn Tinder-tijdperk het meest waardevolle advies: ‘Why settle for less? Ooit kom je je perfecte match tegen.’

Ik zei het je toch, luister naar je vrienden. Ze kennen je. En wat was ik blij dat ik naar haar geluisterd had, zeg.

Daar zat ze, tegenover me aan de keukentafel tijdens onze tweede date, die drie dagen lang duurde. Ze voldeed aan alles. Terwijl we voldaan van het overheerlijke diner een kaartje aan het leggen waren, stopte ineens de tijd. Gesloten in een vacuüm van liefde waarin natuurwetten geen rol speelden. Ik keek via haar beeldschone ogen bij haar ziel naar binnen en zij bij mij. Met die ene blik brak ze mijn muur af en opende mijn hart, mijn ziel.

Uren durende secondes werden gevolgd door een pure zoen vol passie. Onder het gedempte keukenlicht waren we twee zielen, één schaduw. En toen wist ik het. Zij is hét.

Ze accepteert me volledig zoals ik ben. Ongefilterde, rauwe, pure, wederzijdse liefde vult de dagen tot op heden.

Vrienden M, R. en S. waren stuk voor stuk blij dat ik weer verliefd kon raken, eindelijk compleet mezelf bij iemand kon zijn en mijn rust weer had gevonden. Een boek zonder einde, waar het plezier en de passie van de pagina’s afspat. Liefde zoals liefde bedoeld is. 

En dat via Tinder… 

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Richard Janssen (1989) is tientalig foodie, docent, en journalist. Zowel werkzaam bij de Volksuniversiteit, Dagblad de Limburger, als Scelta, schrijft en kookt Ricci daarnaast voor Krag.nu. Hongaars van bloed en Italiaans van hart houdt de bourgondiër pur sang zich het liefst bezig met taal, sport, cultuur, reizen, muziek en zijn favoriete moment van de dag: het avondeten.

Reageren