De sportschool in Tegelen, een druilerige dag in maart. Ik stond op de loopband, medesporter A. pijnigde zijn schouders. ‘Het is weer woensdagmiddag’, zei ik tussen de setjes door, knikkend naar de zojuist binnengestormde basisschoolleerlingen. Kinderloze A. gaf me een betekenisvolle blik terug. ‘Ik houd niet van kinderen’, antwoordde hij. Waarna hij zijn imposante, middelbare lijf dichterbij bracht en fluisterde: ‘Sterker nog, ik háát ze. Je hebt er veel te veel van.’

Met dat laatste punt was ik het eens. ‘Er zijn landen waar zelfs meer kinderen dan volwassenen leven’, zei ik. ‘In Afrika bijvoorbeeld.’ A. zag zijn wereldbeeld bevestigd: ‘Er zijn sowieso te veel mensen op deze aarde. Ouderen leven te lang door. Wat heeft het voor zin om negentig of honderd jaar te worden? Als je taak vervuld is, is het tijd om te gaan.’ Ik knikte instemmend. ‘We zouden eigenlijk aan geboortebeperking moeten doen’, opperde ik. ‘Maximaal één kind per stel. Dat is beter voor mens, dier én milieu.’

Dat zag A. ook wel zitten, al ging hem dat niet ver genoeg. Zonder met zijn ogen te knipperen vervolgde hij: ‘Ik ben aan het wachten op een grote tsunami. Vier tot vijf miljard mensen, in één klap weg!’ ‘En wat als jij daarbij zit?’, vroeg ik enigszins verbaasd. ‘Dat maakt niet uit’, zei hij resoluut. ‘Ik ben bereid om die opoffering te maken. Ook ik ben immers overbodig.’ In alle rust keerde hij terug naar zijn toestel. ‘Interessante visies heb jij’, besloot ik eufemistisch.

Ik liep naar de dumbells, maar de conversatie bleef hangen. In de kern lag ik op één lijn met mijn drastische gesprekspartner. Er zijn nu al ruim zeven miljard energievretende mensen, en als het in dit tempo doorgaat wordt de situatie vroeg of laat onhoudbaar, als het dat niet al is. Hongersnoden, oorlogen, natuurrampen: voor de wereld zou het ontegenzeggelijk beter zijn als ‘we’ als soort gedecimeerd zouden worden. Maar zou ik de ultieme daad bij het woord voegen, zoals A. beweert? Me gewillig door het natuurgeweld laten meesleuren, eindigend ergens in de Atlantische Oceaan? 

Nee, daarvoor vind ik het leven – en het trainen in de sportschool – nog veel te leuk. Ik pakte twee losse gewichten, keek in de grote wandspiegel en genoot van mijn biceps die het zware werk deden.

Laat die tsunami maar even zitten.

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Sven Poels (1988) is journalist en tekstschrijver. Hij studeerde af in de Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht en werkt als freelance verslaggever voor Dagblad De Limburger. Daarnaast publiceert hij geregeld voor Peel & Maas en Asbestslachtoffers Vereniging Nederland. Zijn specialisaties zijn sport, cultuur, politiek en maatschappelijke thema's.

Reageren