Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
 

‘Heb jij broers of zussen?’

Het was de laatste week van augustus. 2002. Tweede klas, Den Hulster. Een vrijdagmiddag. Meneer S. was mijn nieuwe leraar Nederlands. Een docent zoals God ze bedoeld had. Passie voor en kennis van zijn vak.

De broeierige nazomerzon laat zweetdruppels op ons aller voorhoofden parelen in het aircoloze klaslokaal. Gierend van de hormonen en het aanstaande weekend wiebelen en kletsen we een eind weg op onze veel te oncomfortabele hardhouten schoolstoeltjes. Dan komt meneer S. binnenlopen, smijt zijn lerarentas op het bureautje linksvoor in het lokaal en kijkt eens goed rond. Zijn ogen leggen ons respectvol het zwijgen op.

Meneer S. herkent gezichten en familietrekjes. ‘Jij bent vast en zeker de broer van…’ en ‘Heb jij toevallig een zus in de vierde klas zitten?’ doorbreken de stilte. Een standaardroutine van een vastgeroeste docent. Aldus wordt het onderwerp ‘broers en zussen’ aangesneden en mag iedereen vertellen over diens of dier bloedverwanten. Een acceptabele en ongedwongen eerste les.

Dan ben ik, destijds een timide, onzeker en introvert jochie (boy, do times change), aan de beurt. ‘Heb jij broers of zussen?’
‘Ja, twee zussen.’
‘Hoe oud zijn ze?’, vervolgt het kruisverhoor.
’37 en 39’, antwoordt mijn 13-jarige stem.
Je hoort een dertigtal vraagtekens om me heen, vriendelijk begeleid door een plotse ‘huh?’ of een verbaasde ‘wat?’. Kortsluiting in het tienerbrein.

Technisch gezien, zijn het halfzussen. Zelfde vader, andere moeder. Maar het patriarchale bloed is zo dominant aanwezig, dat we elkaar als volbloed aanzien. En ons dus ook zo gedragen. Zo zaten Topzus J. en Topzus A. vijf jaar later, tijdens mijn diplomauitreiking in 2007, als meest enthousiaste pubers te gillen en te joelen toen ik naar voren mocht stappen. Met het schaamrood op mijn kaken.

Later, tijdens mijn gloriejaar 2010, bezochten ze me in het buitenland toen ik woonachtig was in het Italiaanse Bologna. (Topstad. Iedereen die voornemens is daar heen te gaan, contacteer me voor een optimale reissensatie.) Vóór hun komst behoedden ze me nog voor de Italiaanse cucina: ‘Ik haop neet desse as ein rond vet verkske truuk kums, dink der aan!’
Eenmaal aangekomen, werd elke vrouwelijke kennis, vriend of avontuur die ik op straat tegenkwam en dus begroette, op speelse wijze gevleeskeurd (‘leuk snoetje’, ‘lekker vutje’ en andere obscene conclusies) door mijn – voor heel even – puberale zussen die al hun gêne in Nederland hadden achtergelaten. Niet dat ze die in Nederland wel hebben overigens…

Zo zijn er nog talloze anekdotes waarmee ik spontaan een glimlach op mijn gezicht kan toveren, maar uit respect voor mijn schwestern publiceer ik die hier maar niet.
Afijn, het leuke aan mijn topzussen is dat zodra ze merken dat ik me ergens niet helemaal op mijn gemak voel, ze zichzelf zo hilarisch gaan gedragen dat de aandacht niet langer op mij gericht is, maar op hen. Waardoor ik mijn ding kan doen. En in het geval dat ze het niet merken, gedragen ze zich alsnog hilarisch. Want zo zijn zij. Zo ben ik. En daarom houd ik van hen.
Mijn zussen zijn rebels, onorthodox en doen dingen op hun eigen manier. Een familietrekje. Ook al verschillen we respectievelijk 24 en 26 jaar, als we bij elkaar zijn zijn we net pubers met het daarbij horende elkaar plagen, uitlachen en voor schut zetten – het liefst waar iedereen bij is. Maar dan met respect, eer en heel veel liefde.

Heel.
Veel.
Liefde.

Er is nagenoeg niets of niemand in mijn leven waar ik meer van houd dan van mijn zussen. En dat weten ze. Maar soms is het leuk om dat even te melden.
Soms moet je gewoon even stilstaan, je ogen sluiten en alles om je heen vergeten. En voelen. De liefde voelen, van je naasten, van je zussen. Dat erkennen, en dat ook uiten. Dus bij dezen:

Pupkes, ik hald van och! 

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Richard Janssen (1989) is tientalig foodie, docent, en journalist. Zowel werkzaam bij de Volksuniversiteit, Dagblad de Limburger, als Scelta, schrijft en kookt Ricci daarnaast voor Krag.nu. Hongaars van bloed en Italiaans van hart houdt de bourgondiër pur sang zich het liefst bezig met taal, sport, cultuur, reizen, muziek en zijn favoriete moment van de dag: het avondeten.

Reageren