Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
 

Ik spoed mij naar de plek waar een jonge kerel en een wat oudere man, beide met een bruin leren schort, glimmende metalen machines bedienen waar ze dampende koffie uit weten te onttrekken. De dames voor mij hebben cappuccino besteld en senior beweegt behendig met een kannetje melk over de koffie en creëert een hartje; junior kijkt mij aan en vraagt wat hij voor mij kan betekenen. Een koffietje graag, antwoord ik en verfoei mezelf om mijn gekozen woorden die het ambacht van de heren devalueert tot formaatje Nespresso. En dat in deze ruimte, waar boekenvakkers, uitgevers en auteurs bij elkaar zijn gekomen om elkaar te verleiden. Waar het goedgekozen woord de basis vormt voor een geslaagde paringsdans.

Ik krijg mijn hete, zwarte koffie en neem een slok. Koffie moet aankomen als een punch. Er is niets ergers dan slappe koffie. Op koffiegebied dan. Koffie moet die kick geven, dat gevoel dat je op en neer gaat huppen als een bokser, je gewicht verplaatsend van je linker naar je rechtervoet. De koffie in je linkerhand en met de duim van je rechterhand je neus van rechts naar links duwend, onderwijl luidruchtig snoevend, om vervolgens de grote hal waar de woorden door de lucht zoemen in te brullen: kom op dan godverdomme! Uiteraard doe ik niets van dat alles, en nip ik rustig mijn bekertje lekkere koffie leeg terwijl ik door de gangpaden struin op zoek naar een uitgever met tijd.

Een boekenbeurs klinkt enerverend maar is dat niet. Je reist helemaal naar Amsterdam om twee grote hallen met tafels in lange rijen aan te treffen. Banieren met daarop de belangrijkste titels. Grote tafels met boeken. Kleine tafels met nog meer boeken. 

Het is niet mogelijk om elke uitgever te bezoeken tijdens een beurs. Dat lukt gewoon niet, en niet alleen omdat het er teveel zijn in te weinig tijd, het lukt vooral ook niet omdat mijn hersenen op een gegeven moment niet meer in staat zijn om nog informatie te absorberen. Na twee dagen is de spons vol. Daarom is het kiezen. De grote literaire uitgevers als eerste. Zodra daar een plek aan de tafel vrijkomt ga ik zitten. Er worden handen geschud zonder dat er wordt voorgesteld. Dat is niet nodig. Het vak is vrij statisch en bij iedere editie zitten weer dezelfde personen achter en voor de tafels.

Eerst de small talk, daarna het echte werk. Fondslijsten worden erbij gepakt en elk boek wordt besproken. Wat voor soort boek, wat voor soort auteur, wat verscheen er eerder van haar of hem, wat zijn de verwachtingen ten aanzien van de media – gaan die al dan niet aandacht schenken aan dit werk? Na afloop van elke boekbespreking bepaal ik de aantallen die ik denk te gaan bestellen. Terug in Venlo ga ik dat voornemen nog toetsen aan de cijfers uit ons bestelsysteem. Het kan natuurlijk zo zijn dat we van het vorige boek van een auteur twintig exemplaren hebben ingekocht, maar dat blijkt dat er daar nu nog vijftien van liggen… tja, dat verandert de zaak. En bij non-fictie kan ik heel enthousiast zijn geworden over een nieuw boek over de Provence, of over kinderslabbetjes breien, maar als ik over datzelfde onderwerp reeds vijf goede boeken in de kast heb staan heeft het weinig toegevoegde waarde om er nog een zesde aan toe te voegen. Hoeveel boeken over gebreide slabbetjes heb je nodig.

Tussen de gesprekken door begeef ik me steeds terug naar de koffiemannen. Even een nieuw bakkie scoren. Ik weet dat er mensen zijn die geen koffie drinken, zelfs geen koffie lusten. Echt begrijpen doe ik dat niet. Hoe komt iemand de dag door zónder, vraag ik me af. Het begint ’s ochtends al bij mij: aankleden, naar beneden, koffie aanzetten, hondjes uitlaten, krantje lezen en koffie drinken. Koffie is de benzine voor mijn motor. Zonder loop ik niet.

De Heilige Rita - Wieringa

© De Bezige Bij / Wieringa

Na een korte lunch en met een nieuw kopje koffie ga ik zitten aan de tafel van de Bezige Bij. Dat is een belangrijk fonds. Een groot fonds ook, en het duurt een tijdje voor we alles besproken hebben. Dan een hand, een tot ziens en ik sta op om me weer richting koffiebar te begeven. Achter me staat Tommy Wieringa. Hij is groot. Als schrijver, maar ook qua postuur. In zijn stralend witte pak ziet hij er imposant uit. Ik had geen auteur van zijn statuur verwacht dit keer, en vind het des te mooier dat hij is komen opdagen – de beurs is een bijna banaal gebeuren waar je soms op basis van de wervende kwaliteiten van een uitgever beslist of een boek in de winkel komt te liggen, of niet. Soms vergeet je bijna waar je over aan het beslissen bent; boeken worden –als je niet oppast– producten die je slechts op basis van een aantal parameters beoordeelt. Persoonlijk contact met een auteur haalt je weer even terug naar waar je écht mee bezig bent. Met kunst, met cultuur en met het zweet van elke schrijver, die het met noeste arbeid voor elkaar heeft gekregen om een goed boek te schrijven.

Ik ga in de rij staan. Als ik aan de beurt ben pakt Wieringa zijn nieuwe roman van de stapel en vraagt waar ik vandaan kom. Uit Venlo, antwoord ik en vraag of hij er wel eens is geweest. Hij kijkt even peinzend omhoog en schudt dan zijn hoofd. Daar was hij niet eerder, bekent hij. Ik zeg dat we daar dan snel eens verandering in moeten brengen, maar hij geeft aan dat hij tot maart helemaal vol zit met lezingen en signeersessies, en dat hij de rest van het jaar wil gebruiken om te werken aan zijn nieuwe boek. Dan wordt zijn komst een goed voornemen voor tweeduizendtwintig, zeg ik. Hij knikt, pakt een pen en schrijft in zijn boek, De Heilige Rita. Zo dadelijk mijn boek. We schudden elkaars hand.

Hoog tijd voor een nieuw kopje koffie, ik lees wat Wieringa in mijn boek heeft geschreven. Voor Rogier, voor onderweg, staat er in zwierige blauwe letters.

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Rogier Knipscheer (1972) is mede-eigenaar van Boekhandel Koops. Hij begon op veertienjarige leeftijd met een bijbaantje in een boekhandel, studeerde informatica aan de Hogeschool in Eindhoven en werkte vijf jaar als project engineer bij een groothandel in boeken. In zijn vrije tijd leest hij veel en placht hij zo nu en dan een stukje te gaan rennen. Hij is bestuurslid bij ondernemersvereniging venlostad.com en op veel vlakken zeer betrokken bij de binnenstad.

Reageren