Ik groeide op in Belfeld. Geboren in Hengelo, kort na mijn geboorte verhuisd naar Panningen om vervolgens op mijn zesde in het kleine dorp tussen Tegelen en Reuver terecht te komen. De reden voor de tweede verhuizing was een praktische: bij een hoge waterstand kwamen mijn ouders, die werkten in Reuver en Venlo, met het veer de Maas niet meer over.

Het jaar was al meer dan de helft voorbij toen ik instroomde in de eerste klas, en ik bleek zowaar een bezienswaardigheid. De meeste kinderen in mijn klas spraken nog geen andere taal dan dialect en mij werd van heel veel dingen gevraagd hoe ik die noemde. De manier waarop ik woorden als tafel, muur en krijtje uitsprak werd hilarisch gevonden.

We kwamen te wonen in een heel groot huis. Onze buur was gemeenschapscentrum de Hamar, met daarin de bibliotheek. Er zat zo’n tweehonderd meter tussen, een ruimte die in de jaren die volgden opgevuld werd door een nieuwbouwwijk die uit de grond werd gestampt. De tuin was een grote verzameling van stenen en andere blokken die de vorige eigenaar, een bedrijf in steen- en betonconstructie, had achtergelaten.

Er stond ook een kas, zo’n groot glazen geval waar druiven in stonden en in de zomer tomaten. De geur van die kas met haar mooie planten herinner ik me nog altijd, heerlijk warm en weeïg. Voor de deur stond een pomp waar ik heel wat liters water mee opgepompt heb, en verderop was een ren met eenden. Een walhalla voor kinderen, kortom. De eenden waren overigens al vlot verdwenen, daarna waren het kippen, wat er met de eenden gebeurd is weet ik niet, maar ik neem aan dat ze ergens naar een prachtige boerderij zijn gebracht waar ze hun oude dag in volle hevigheid gevierd hebben.

Maar goed. Terug naar onze buren. De bibliotheek. Ik las vroeger veel. Ik dacht altijd van niet, maar ik vergeleek mezelf met mijn ouders en mijn broer. Ik las veel en ik las series. Wipneus en Pim, de boeken van de jongens van de Kameleon, Arendsoog, later de boeken van King en ook Ludlum, en ik noem maar niet alle andere series die ik daar tussendoor nog gelezen heb. Hoe breder een plank in de bibliotheek gevuld was met titels van één auteur, hoe uitdagender ik het vond. Gretig las ik zo’n hele plank leeg. De bibliotheek in Belfeld was niet heel erg groot en ik had het gevoel dat er een moment moest komen dat de koek op zou zijn, dat ik alles wat daar stond gelezen zou hebben. Dat is uiteindelijk niet gebeurd.

Uiteraard volgde na de lagere de middelbare school en fietste ik braaf elke dag naar Reuver. Lessen volgen bleek saai. Behalve Nederlands en Geschiedenis, de enige vakken die de moeite waard waren om de aandacht erbij te houden. De rest beschouwde ik als een noodzakelijk kwaad. Thuisgekomen na een dagje school begon ik, in plaats van huiswerk te maken, schriften te vullen met verhalen.

Met een vulpen bestreek ik alle lege vellen en mijn verhalen gingen voornamelijk rond onder de meisjes uit mijn klas, die ze leuk bleken te vinden, de beste motivatie voor een puberende tiener om avond na avond schriften vol te blijven schrijven. Elk nieuw gevuld exemplaar was immers een mogelijkheid om waardering van een meisje te krijgen.

Op de hogeschool was mijn inspiratie om te schrijven weg. Ik bevond me opeens in een heel andere omgeving en ik had niet het idee dat het enige meisje in onze groep, ik volgde de studie informatica, interesse had in mijn vertellingen. Dus daar bleef het bij. Ik schreef niet meer, ik dompelde me onder in het Eindhovense studentenleven, ik brak mijn studie af, ik ging werken bij een boekhandel, ik leerde mijn vrouw Annemiek kennen, ik pakte mijn informatica studie weer op bij een nieuwe werkgever en werd project engineer, bij een groothandel in boeken welteverstaan.

Dat werk deed ik bijna zes jaar, in het vijfde sprak ik mijn geschiedenisleraar van de middelbare school en vertelde hem wat ik deed. Hij zei dat dat niets voor mij was. Ik hoorde onder de mensen en niet achter een scherm. Het duurde bijna een jaar, de mogelijkheid om eigenaar te worden van een boekhandel kwam voorbij, voor ik erachter kwam dat hij gelijk had.

Na een paar jaar liep er een vrouw, ongeveer van mijn leeftijd, de winkel binnen. Ze vroeg hoe het met me was en ik deed moeite om erachter te komen wie ze was zonder de vraag te direct te stellen. Wat heb je nog met dat schrijven gedaan, vroeg ze, en toen vielen alle schriftjes op hun plek. Niets, was het antwoord in mijn hoofd, niet zo veel, was het antwoord richting haar.

Die ontmoeting met een lezer van vroeger is de reden dat ik inmiddels alweer vijf jaar dagelijks een stukje schrijf. En dat voelt goed.

Vorige week nam een vriend uit Engeland contact met me op. Jarenlang speelden we het ruimtespel Eve Online. Avond na avond verbleven we, gewapend met koptelefoons en microfoontjes, in de virtuele ruimtewereld. Als het rustig was in het spel spraken we over onze levens, ons werk, onze kinderen. Over hoe het leven anders is wanneer je in Nederland woont, in Engeland, Noorwegen of Amerika. Je bouwt een band op.

Hij heeft inmiddels een boek geschreven dat het kennelijk erg goed doet. Hij schreef me een bericht: if I can do it, you can do it, you defo can write. En dat maakt me onzeker. Want wat als het nu echt waar is wat hij zegt, en wat mijn vroegere klasgenootjes beweerden, stel dat ik echt kan schrijven, verdoe ik mijn tijd dan niet met andere zaken, zou ik dan niet het roer moeten omgooien?

Ik ken een auteur die een goede baan had en zichzelf een jaar gunde om te bewijzen dat hij het kon, als niet dan zou hij zijn oude werk weer oppakken. Hij schrijft nog steeds. Laatst las ik een interview met een andere auteur die heel lang maar wat aan had liggen modderen en daarna in tien dagen een roman schreef. Dat lijkt me meer mijn weg, want schrijven is onzeker en eenzaam. Je hebt zesentwintig letters en de verhalen in je hoofd, en het kost heel veel tijd en moeite om die twee te laten samensmelten. En pas dan, als het af is en je tevreden bent, kun je het anderen toevertrouwen. Pas dan weet je of je werkelijk kunt schrijven.

Dit wil ik delen!

AUTEUR

Rogier Knipscheer (1972) is mede-eigenaar van Boekhandel Koops. Hij begon op veertienjarige leeftijd met een bijbaantje in een boekhandel, studeerde informatica aan de Hogeschool in Eindhoven en werkte vijf jaar als project engineer bij een groothandel in boeken. In zijn vrije tijd leest hij veel en placht hij zo nu en dan een stukje te gaan rennen. Hij is bestuurslid bij ondernemersvereniging venlostad.com en op veel vlakken zeer betrokken bij de binnenstad.

Reageren

Yep, ook Krag.nu maakt gebruik van cookies! UITLEG

Alle websites maken gebruik van cookies, Krag.nu dus ook! Het zijn kleine bestandjes die op je computer geplaatst worden en ervoor zorgen dat de website goed werkt. Bovendien helpen ze om Krag.nu te kunnen verbeteren.

Er worden geen privégegevens verzameld!

Deze cookiemelding is verplicht omdat er op Krag.nu filmpjes te zien zijn die op YouTube staan. Daardoor ontvang je mogelijk ook cookies van die website. Wil je dit niet? Pas dan daar je instellingen aan.

Sluiten